zaterdag 11 mei 2019

Rondreis Dodenkust vanaf B&B Pasatiempo


Zoals we al in een eerdere blog van ons hebben vermeld, loopt de Dodenkust van La Coruña naar het zuiden langs het uiterste westkust van Galicië tot en met het Romeinse vissersplaatsje Muros. We willen jullie meenemen om kennis te laten maken met deze prachtige kust.


Na het ontbijt, in onze B&B Pasatiempo, vertrekken we naar La Coruña. Een stad die ontstaan is op een schiereiland in Galicië. Net als Gibraltar was deze stad erg gewild door de Engelsen. Er is hierom veel gevochten. Maar met dank aan Maria Pita, een dappere Galicische vrouw, zijn de Engelsen verdreven. Daarom is het mooiste en grootste plein in Coruña naar haar vernoemd. 

Vanaf dit plein gaan we richting de oude burcht (San Anton), dat nu een archeologisch museum is aan de haven. We kijken even achterom, om de skyline van deze prachtige stad te bewonderen en de haven met kleine vissersbootjes. Zo nu en dan ligt er ook een cruiseschip aangemeerd, zodat de passagiers ook even een kijkje kunnen nemen in het oude centrum van La Coruña. 

Via de promenade langs de kust, rijden we richting de vuurtoren 'Torre de Hercules'. Onderweg slaan we even af, om een soort "Stonehenge" te bekijken dat is de Parque Escultorio. Een groep stenen (Menhirs) die daar neergezet zijn als monument ter herdenking aan de slachtoffers van de burgeroorlog. Op deze plek zijn politici, kunstenaars en intellectuelen gefusilleerd.


Via dit park wandelen we richting de vuurtoren. De Torre de Hercules is 55 meter hoog en is de enige vuurtoren uit de Romeinse tijd, rond de 1e eeuw, die nog in gebruik is. Op deze plek staat ook een beeld van de legendarische Hercules. Een Spaanse koning heeft ooit opdracht gegeven om deze vuurtoren te bouwen, omdat op deze plek deze Griekse held een reus genaamd Gerion heeft verslagen en hiermee heeft Hercules Galicië verlost van een grote barbaar. Verderop op de heuvel onder aan de vuurtoren staat een Vikingboot van steen. Deze is daar neer gezet omdat hier de Noormannen La Coruña zijn binnen gevallen en veroverd hebben. De Kelten die hier toen woonden zijn de binnenlanden van Galicië in gevlucht. Dit heeft zich allemaal afgespeeld nog voor de jaar telling.

Hierna pakken we de auto weer en gaan langs de kust verder over de promenade naar het strand van Coruña, de Playa Riazor. Langs de promenade staan prachtige straatlantarens van Gaudi en zo nu en dan rijdt er een ouderwetse gele tram uit de vorige eeuw langs.



We rijden verder de baai rond en komen langs het voetbalstadium van Deportivo La Coruña en verderop zien we het Millenium obelisk. Als je nog een stukje verder loopt kom je de octopus van La Coruña tegen in mozaïek. Allemaal herkenningspunten in deze stad, waar regelmatig afgesproken wordt, door de lokale bevolking. Verderop nemen we de panoramische bol-lift omhoog om in een prachtig park te komen met panoramische uitzichten over de stad (Parque Monte de San Pedro). 




Hier staan enorme kanonnen van de kustwacht en er is een mooie vijver met eenden, een kleine waterval, verschillende soorten planten, een labyrint en de Cupula Atlantica, een gebouw waar je op interactieve manier nog meer over de stad La Coruña te weten kunt komen. Na afloop kun je in het restaurant of bar van dit park met panoramische uitzichten nog even na genieten.

We gaan weer terug naar de auto met de lift die overigens niet gratis is. Wij hebben per rit 2 Euro's betaald per persoon. 




Via de kust rijden we richting Arteixo. Dit stadje is een goede uitvalbasis voor de mensen die in de buurt van een grote stad willen wonen vanwege hun werk in La Coruña. Omdat je hier minder voor een woning betaald. Sinds een paar jaar hebben ze de haven van Arteixo aangepast, om de haven van La Coruña een beetje te ontlasten. Arteixo heeft ook een strand, Barrañan genoemd. Een deel van dit strand is voor nudisten. We rijden verder door langs de kustroute en komen in het vissersdorpje Caion. Die bevind zich op een mini schiereiland. Het strand, playa Caracoliño genoemd is een heerlijk strand om aan te liggen en aan de andere kant van het schiereilandje kun je heerlijke verse schaaldieren eten of inktvis. Zo van de boot op je bord.




Maar we moeten verder naar het zuiden langs de kust en komen in vissersdorpjes zoals Baldaio en Razo. Het gebied wat hier tussen ligt is heel bijzonder. Dit komt door een lagune waar via een inham (Pedra do Sal), met vloed de zee het  land op komt en zich mengt met het zoete water van de rivieren die hier uitmonden. Met eb komt het weer droog te liggen en dan gaan de dames uit de buurt op zoek naar zeevruchten, voornamelijk kokkels. Het is een heel vruchtbaar gebied. Verschillende vogels bezoeken dit gebied, daarom zie je hier vaak vogelspotters. Veel vogels nesten hier in harmonie met de natuur. 



In Razo het strand van Carballo vinden we vlakbij het strand een hele bekende surfschool. Surf & Rock, deze school staat internationaal heel hoog aangeschreven. Mensen uit verschillende landen hebben hier leren surfen.

Via Carballo rijden we richting Malpica. Maar stoppen eerst in Buño omdat dit plaatsje bekend staat om zijn pottenbakkers. Als je een typische pot uit Galicië wilt kopen van de mooiste klei, dan moet je dat hier doen. Alles wordt met de hand gemaakt op traditionele wijze.



We gaan door naar Malpica. Dit vissersplaatsje bevindt zich ook op een schiereiland en staat bekend om zijn vissershaven, oude vuurtoren (Faro de Punta Nariga), oud kerkje (Ermita de San Adrian) en kaap, hier vandaan kun je de bekende eilanden groep zien van de Dodenkust (de Islas Sisargas), playa Mayor en playa Aviño.

Net als in Caion kun je in de haven van Malpica heerlijke verse vis en schaaldieren eten. In de zomer bestaat ook de mogelijkheid om naar de eilanden Sisargas te varen.

 

We laten dit mooie vissersdorpje achter ons en vertrekken via Ponteceso naar
Corme wat tevens een klein vissersdorpje is en parkeren onze auto in de haven hiervan. We gaan wandelend langs de kust naar de vuurtoren. Terwijl we dit doen genieten we van de zon, zee, natuur en lucht.

Nadat we de vuurtoren gezien hebben lopen we weer terug naar de auto en rijden naar
Cabanas de Bergantiños. Dit is een bijzonder gebied, omdat dit stukje Galicië een micro klimaat heeft. De baai ziet er tropisch uit en heeft ook spier witte duinen. In dit gebied wordt veel gewandeld. 


We gaan richting Borneiro, een heel klein dorpje waar zich een Keltisch dorp (Castro da Cida) te vinden is. Dit dorp stamt uit de ijzertijd en iets verder op kun je een grote Dolmen gaan bekijken (Dolmen de Dombate), de wandeling hier naar toe is echt een aanrader. 




Als we klaar zijn gaan we richting Laxe, die staat bekend om zijn grote strand,  middeleeuwse kerk, vuurtoren en als top attractie de Playa de los Cristales. Een kiezelstrand waarvan de kiezels op glas lijken en ook nog verschillende kleuren hebben. Helaas mag je vandaag de dag niet meer dit strand op, omdat veel bezoekers de gekleurde kiezels mee namen als souvenir, waardoor het strand op een gegeven moment zonder die prachtige gekleurde kiezels kwam te zitten. De natuur moet zich nu weer gaan herstellen en men kan dit strand alleen van een afstand bekijken. Vlak bij het oude pleintje in Laxe nemen we iets te drinken en krijgen hier een heerlijke tapa bij.




Over tapas gesproken je moet niet raar kijken dat je i.p.v. een hartige tapa, een zoete tapa krijgt bij je frisdrank, wijntje of borrel. Dat doen ze hier gewoon en waarom ook niet.



We zetten onze reis voort naar Baio (Allo), daar staat namelijk een mooi boerderij kasteel. Pazo do Allo. Waar wij graag meer over willen vertellen, indien onze gasten dit wensen. Na Baio gaan we richting Vimianzo maar stoppen eerst even bij Los Batans de Mosquetin uit de 18e eeuw. Dit zijn een drietal molens die door het stromende water van de rivier worden aangedreven en werden gebruikt om het graan en mais te malen. 

We gaan door naar Vimianzo, daar staat een prachtig middeleeuwse kasteel, waarin traditionele ambachten uit de Dodenkust getoond worden aan het publiek. Het kasteel ook wel Torres de Martelo genoemd is uit de 12e eeuw, entree is hier gratis. 







   
Van Vimianzo gaan we naar Camariñas want hier staat ook een prachtige vuurtoren (Faro Vilan) die ook gratis te bezoeken is. Camariñas is het hart van de kant-klossers en waar het mooiste kant gemaakt wordt. 






 











Na dit bezoek rijden we pal langs de kust terug richting Camelle maar onderweg stoppen we even bij een bijzonder kerkhof. Op dit kerkhof pal aan zee liggen allen Engelse schipbreukelingen van het schip The Serpent. Deze vertrok uit Plymouth met koers naar Sierra Leone en op 10 november 1890 is deze voor de kust gezonken. Van de 175 passagiers hebben er maar 3 het overleeft. Het wrak ligt daar nog steeds onderwater. Maar zij waren niet de enigen. Velen anderen zijn hen voor gegaan. Dit geeft weer eens aan hoe gevaarlijk deze kust kan zijn. Vooral het stuk tussen O Boi en A Cagada, is het meest gevaarlijke stuk van de Dodenkust.


Langs de slingerende kustweg komen we op een gegeven moment aan in Camelle. Dit vissersplaatsje is op de kaart gezet dank zij een Duitser die op bijzondere manier koos te leven in dit vissersdorpje. Omdat hij van de zee hield en een excentrieke kunstenaar was maakte hij sculpturen van steen. Hij werd gezien als een Robinso Crusoe. Hij was broodmager en leefde van wat hij uit zee haalde of van giften van mensen uit het dorp. Hij droeg geen kleding alleen een lendendoek, ook in de winter. Manfred Gnädinger. In de volksmond 'Man'. In de jaren 90 heb ik hem persoonlijk ontmoet. Hij vertelde mij dat hij weg was gegaan uit Duitsland omdat hij de consumptie maatschappij waarin hij leefde beu was. Hij wilde terug naar basic. Leven van wat de aarde je gaf. Meer heeft men niet nodig. Het was een emotionele man die passie had voor het eenvoudige. Het zinken van de Prestige heeft hem zijn leven gekost. Die vreselijke natuurramp waardoor zijn stukje strand vervuild is met de zwarte onverwerkte olie, het leed dat dit veroorzaakte omdat de vissen en andere dieren dood gingen, dat is hem te veel geworden. Een heel triest verhaal. De dorpelingen hebben hem hieronder zien lijden en hebben besloten als herdenking aan hem een museum over hem in Camelle te openen. Dit museum trekt jaarlijks veel bezoekers aan. 



Vanaf Camelle gaan we weer terug naar Vimianzo en richting Muxia. Eenmaal daar vinden we pal aan de kust het Santuarium de la Barca, met stormachtig weer komen de golven tot aan de deur van de oude kerk. Een paar jaar geleden is deze grotendeels afgebrand, maar inmiddels is deze oude kerk weer in volle glorie gerestaureerd.


In de buurt van Muxia kun je ook een vuurtoren bezoeken, Faro de Touriñan. De ligging van deze vuurtoren is heel bijzonder. Twee seizoenen per jaar is het daar het langste licht in heel west Europa. Van 21 maart tot 25 april en 13 augustus tot 22 september kun je hier genieten van een bijzondere zonsondergang.


Wat ook een bezoekje waard is het gehucht Moraine daar staan namelijk een abdij die bestaat uit een verzameling van oude historische gebouwen (Conjunto arquitectonico de Moraine). De kerk de San Xiao de Moraime is een gebouw uit de 12 eeuw en heeft zes bijgebouwen. Het bijzondere aan deze kerk is dat de hoofdingang net als de kathedraal van Santiago omringt is door beelden die de discipellen van Jesus moeten voorstellen en dat het zoveel losse bijgebouwen heeft is ook apart.

We rijden nu richting Cee en Corcubion. Deze twee kustdorpjes zitten dicht tegen elkaar en zijn ook een bezoekje waard. Iedere zondag is er een grote markt in het centrum van Cee en in Corcobion vindt je historische herenhuizen en een middeleeuwse kerk. De haven van Corcobion is ook mooi om te zien. Cee heeft een zandstrand en Corcobion een rotsstrand. Dit gebied is ook omringt door Dolmens. 


Hier vandaan gaan we langs de kustweg naar Finisterre. Het uiterste westelijke punt van  Europa. Op dit punt staat een vuurtoren en op de plek achter de vuurtoren was het een traditie als pelgrim om daar je schoenen en wandelstok te verbranden omdat de pelgrimstocht nu echt was volbracht. Maar omdat het te gevaarlijk werd vanwege de bosbranden, mag dit niet meer. Nu worden de wandelschoenen en stokken daar achtergelaten als symbool. Één keer in de week worden alle achtergelaten spullen weg gehaald anders zou er een berg afval ontstaan en het milieu er onder lijden. 
Het centrum van Finisterre is ook de moeite waard te bezoeken. Je kunt er ook genieten van typische Galicische gerechten op traditionele wijze klaar gemaakt. 


Langs de kust route rijden we naar het zuiden we zijn bijna aan het einde gekomen van de rondreis van de Dodenkust. Maar eerst nog even stoppen in het plaatsje Ezaro, daar is namelijk een prachtige waterval te zien. De rivier Xallas die op 500 meter achter onze B&B Pasatiempo stroomt richting de zee. Mond in Ezaro uit op zee met een spectaculaire waterval. Vooral in de winter of herfst is deze het mooist omdat het veel water met zich mee brengt. Maar in de lente en zomer is deze waterval ook mooi om te zien. Het is de enige rivier in Europa die in een waterval uitmond in zee. Als je de berg op rijdt dan kun je bij de Mirador de Ezar komen. Hier vandaan heb je een adembenemend uitzicht over de Atlantische Oceaan.




We gaan nu naar Lira, daar kun je de grootste Horreo bekijken van Galicië. Een Horreo is een typische graan schuur uit Galicië. Per streek kan deze er iets anders uitzien. Na Lira gaan we naar Carnota, want daar heb je een groot strand die binnen de top 10 mooiste en schoonste stranden staat van de hele wereld. Daarna rijden we via Louro richting Muros. Het strand van Louro, playa de San Francisco, is ook heel mooi en wordt ook veel bezocht door toeristen. 



En tenslotte zijn we aangekomen in Muros. Een romeins vissersdorpje met hele oude herenhuizen die veel weg hebben van de huizen in Santiago de Compostela vanwege de boogjes. De markthal in het centrum van Muros is één van de oudste in Galicië. Dus beperk je niet alleen tot het wandelen langs het water maar ga ook echt meer het dorp in. 
Muros heeft twee stranden met eb zijn deze erg klein maar met vloed is er voldoende plek. In de haven van Muros bestaat de mogelijkheid om verschillende rondvaarten te doen in de Ria van Muros.


We rijden nu weer terug richting Santa Comba, naar de B&B Pasatiempo. Een rit van ruim 345 km lang hebben we inmiddels achter de rug. Het is dus niet de bedoeling dat je deze reis in één dag gaat doen. Dat zou heel jammer zijn, omdat je dan niet echt van je vakantie kunt genieten en de belevenis niet optimaal zou zijn van dit fascinerende gebied.  


Tot ziens in onze B&B Pasatiempo!  
www.pasatiempo.webs.com



Geen opmerkingen:

Een reactie posten